Risico’s van medicatie bij mitochondriёle aandoeningen

Auteurs: Drs. M.C. de Vries, Prof. dr. J. Smeitink

Wanneer de diagnose mitochondriёle aandoening is gesteld, bestaat de kans dat de u als patiёnt in aanraking komt met medicatie. Tot op heden is er geen behandeling voor mitochondriёle aandoeningen. Dat wil zeggen er bestaan geen therapieёn die het primaire probleem, het energietekort, oplossen. Wel is het mogelijk klachten te bestrijden met een specifiek op die klacht gerichte behandeling, symptomatische behandeling genoemd. Voorbeeld: een mitochondriёle aandoening kan zich uiten in epilepsie, dan is het mogelijk om de epilepsie te behandelen met anti-epileptica of in het geval van cardiomyopathie (hartspieraandoening) kan medicatie gegeven worden om het hart te ondersteunen in zijn functie. Daarnaast kunt u blootgesteld worden aan medicatie doordat u een ingreep of onderzoek onder narcose moet ondergaan. Het is van groot belang zich te realiseren dat bij patiёnten met een mitochondriёle aandoening bepaalde medicatie vaker tot nadelige gevolgen en (ernstige) bijwerkingen kan leiden.1

De oorzaak voor het grotere risico op ongewenste effecten van bepaalde medicatie bij mitochondriёle aandoeningen komt over het algemeen neer op een negatief effect van het medicijn zelf op de al slechter functionerende mitochondrieёn. Voorbeeld: bepaalde medicijnen geven een verlaagde activiteit van complex I of complex Vvan de ademhalingsketen, anderen zorgen voor veranderingen in het mitochondriёle DNA. Per medicijn is het verschillend of een eenmalige dosering al voor ongewenste effecten kan zorgen of dat een langdurige behandeling risico's oplevert. Ook kan het zijn dat alleen bepaalde doseringen risicovol zijn (lage of juist hoge doseringen).

De (groepen van) medicijnen waarvan bekend is dat er een verhoogd risico op nadelige effecten bij een patiënt met een mitochondriёle aandoening kan bestaan, staan hieronder weergegeven. Het voert te ver om alle medicatie en de bijbehorende details op te sommen, daarom is er voor gekozen alleen de medicatie die relatief vaak wordt voorgeschreven specifiek te benoemen. Via de referenties kunnen specifieke gegevens worden nagezocht. Voorbeeld: de behandeling met een bepaald medicijn is wel mogelijk, maar onder strikte monitoring of de behandeling is absoluut gecontraïndiceerd.

Belangrijker:
Om ongewenste (ernstige) situaties te voorkomen, dient u als patiёnt aan iedere behandelend arts en apotheker door te geven dat bij u een mitochondriёle aandoening is vastgesteld. Er kan dan door het behandelend team een weloverwogen keuze worden gemaakt, indien medicatie voorgeschreven wordt.

  • Analgetica1 (acetylsalicylzuur3,11, ibuprofen11)
  • Anti-arrhytmica1 (amiodaron3)
  • Antibiotica1 (chlooramfenicol2, tetracyclines3)
  • Antidiabetica1 (biguanides4,5, thiazolidinedionen9,10)
  • Anti-epileptica1(valproïnezuur3,11,12,13,14)
  • Antiretrovirale middelen1
  • Corticosteroïden1
  • Chemotherapeutica1
  • Lipidenverlagende middelen1
  • Narcosemiddelen1
  • Neuroleptica1 (haloperidol6,7, quetiapine7, chloorpromazine6,7, risperidon6,7,8)

 

Referenties

  1. Finsterer J, Segall L. Drugs interfering with mitochondrial disorders. Drug Chem Toxicol 2010; 33: 138-51
  2. Mottin S, Laporte P, Cespuglio R. Inhibition of NADH oxidation by chloramphenicol in the freely moving rat measured by picosecond time-resolved emission spectroscopy. J Neurochem 2003; 84: 633-42.
  3. Fromenty B, Pessayre D. Inhibition of mitochondrial beta-oxidation as a mechanism of hepatotoxicity. Pharmacol Ther 1995; 67: 101-54.
  4. Guigas B, Detaille D, Chauvin C et al. Metformin inhibits mitochondrial permeability transition and cell death: a pharmacological in vitro study. Biochem J 2004; 382: 877-84.
  5. Carvalho C, Correia S, Santos MS et al. Metformin promotes isolated rat liver mitochondria impairment. Mol Cell Biochem 2008; 308: 75-83.
  6. Casademont J, Garrabou G, Miró O et al. Neuroleptic treatment effect on mitochondrial electron transport chain: peripheral blood mononuclear cells analysis in psychotic patients. J Clin Psychipharmacol 2007; 27: 284-8.
  7. Modica-Napolitano JS, Lagace CJ, Brennan WA, Aprille JR. Differential effects of typical and atypical neuroleptics on mitochondrial function in vitro. Arch Pharm Res 2003; 26: 951-9.
  8. Ahn MS, Sims KB, Frazier JA. Risperidone-induced psychosis and depression in a child with a mitochondrial disorder. J Child Adolesc Psychopharmacol 2005; 15: 520-5.
  9. Brunmair B, Staniek K, Gras F et al. Thiazolidinediones, like metformin, inhibit respiratory complex I: a common mechanism contributing to their antidiabetic actions? Diabetes 2004; 53: 1052-9.
  10. Scatena R, Bottoni P, Martorana GE et al. Mitochondrial respiratory chain dysfunction, a non-receptor-mediated effect of synthetic PPAR-ligands: biochemical and pharmacological implications. Biochem Biophys Res Commun 2004; 319: 967-73.
  11. Pessayre D, Manzouri A, Haouzi D, Fromenty B. Hepatotoxicity due to mitochondrial dysfunction. Cell Biol Toxicol 1999; 15: 367-73.
  12. McFarland R, Hudson G, Taylor RW et al. Reversible valproate hepatotoxicity due to mutations in mitochondrial DNA polymerase gamma (POLG1). Arch Dis Child 2008; 93: 151-3.
  13. Luis PB, Ruiter JP, Aiers CC et al. Valproic acid metabolites inhibit dihydrolipoyl dehydrogenase activity leading to impaired 2-oxoglutarate-driven oxidative phosphorylation. Biochim Biophys Acta 2007; 1767: 1126-33.
  14. Tzoulis C, Engelsen BA, Telstad W et al. The spectrum of clinical disease caused by the A467T and W748S POLG mutations: a study of 26 cases. Brain 2006; 129: 1685-92.